Spoedprocedure voor Uw Rijk Kome?

Mogen de bergen vrede brengen aan het volk en de heuvels gerechtigheid.

Moge hij recht doen aan de zwakken,

redding bieden aan de armen,

maar de onderdrukker neerslaan.

Psalm 72: 3-4

Uw Rijk kome. Uw Rijk kome. Over deze bede ging de remonstrantse beraadsdag 2012. Het was een prachtige dag om naar De nieuwe liefde aan de Da Costakade te fietsen. Wat is Amsterdam toch mooi: de grachten, de Wester. Maar ook: wat is er veel leed in deze stad. Voor mij als straatjurist van de Protestantse Diaconie Amsterdam rees de urgente vraag naar het “wanneer” van Uw Rijk Kome: nu – of hopen op “ooit”?

Toen Huub Oosterhuis sprak, kon je een speld horen vallen. Uw Rijk kome als oproep tot  bekering. Je kunt niet God dienen én de mammon. Voor vrede en gerechtigheid moet je kiezen én  werken, hard werken. Waar was je toen ik naakt was en honger had, een vreemdeling was?

Mijn gedachten gingen twee dagen terug. Met een in Ethiopië geboren Nederlandse mensenrechtenactivist wacht ik op de hoorzitting. Hij is dakloos. Heeft u geslapen, vraag ik. Nee, hij was uitgeput, had vanaf twee uur in de nacht gelopen om zich warm te houden. Stel je voor … de hele nacht lopen langs behaaglijke Amsterdamse huizen. Hij is nu zes jaar dakloos. Hoogste tijd voor een wending ten goede. We voeren een bezwaarprocedure voor urgentieverklaring. Terwijl ik dit schrijf, hoor ik op de radio mijn lievelingsaria uit de Matthäus Passion: Erbarme dich. Het credo van de overheid is niet “Ontferm U”, maar zelfredzaamheid. Het criterium om snel een woning te krijgen is volgens de Huisvestingsverordening “een levensbedreigende of levensontwrichtende situatie”. Dat behoeft geen betoog, zou je denken, maar dat is niet zo. Hij kan de eigen plek waarnaar hij zo verlangt voorlopig vergeten. Dan rest de gang naar de rechter. Was er maar een spoedprocedure voor Uw Rijk kome.

Caroline de Groot, straatjurist

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De gebruiksaanwijzing

De gebruiksaanwijzing

Ik ga vandaag Rob weer eens opzoeken, altijd weer een belevenis. Rob is één van de bekende daklozen uit de stad. Met hoed, gitaar en op rolschaatsen gaat hij door de stad en laat zijn ongezouten mening overal horen. Ik ben straatpastor en hoewel Rob geschorst is bij onze groepsactiviteiten zoek ik hem heel regelmatig op. Ik geef hem dan zijn post en we kletsen wat. Occupy op het beursplein was maandenlang de plek om Rob te vinden. Occupy spreekt Rob aan vanwege de issues en vanwege het kamperen in de stad. Ik weet dat een plein een goede plek ik om Rob te spreken. Dat geeft wat ruimte aan het gesprek. Rob wil nog wel eens plots vloekend en schelden uit de hoek komen. Opeens zonder dat ik goed zie waar het mis gaat, tiert hij dat ik van de elite ben en een daklozenprofiteur. Daar zit wel wat in natuurlijk. Zonder mensen op straat ook geen werk voor een straatpastor. Als Rob zo opgewonden wordt, is gesprek niet meer mogelijk. Met wijd open ogen en flink wat speeksel raast hij voort. Een plein geeft dan wat ruimte. Rob loopt weg, of ik en even later zoeken we elkaar weer op. Het plein geeft ons ruimte voor ons harmonikagesprek. We staan naast elkaar, dan dijt het gesprek uit, haalt adem om weer op andere toon samen te komen.

Ik ga vandaag Rob weer eens opzoeken. Occupy is ontruimd, maar het plein ligt nog klaar voor ons gesprek.

Geplaatst in Projecten | Een reactie plaatsen

Plug de Dag! in de Gelagkamer

Gisteren was alweer de laatste keer PLUG de Dag! Na drie keer brainstormen over de aanpak voor de Gelagkamer moeten er dit keer spijkers met koppen geslagen worden.

Maar eerst bekijk ik nog eens de meer dan dertig briefjes met tips, ideeën, aanbevelingen en opmerkingen die de afgelopen weken zijn verzameld. Wat een verscheidenheid aan teksten en ingevingen! Uit onze vraag om een nieuwe programmering te bedenken voor onze mooie stijlvolle ‘Gelagkamer’ is een heel nieuw plan ontstaan.

We gaan ruimtes in het pand gebruiken om startende ‘sociaal ondernemers’ een plek te geven om flexibel te kunnen werken, in een netwerk van maatschappelijk georiënteerde organisaties. Zij kunnen dan op hun beurt ideeën aanleveren voor de Gelagkamer. Bijvoorbeeld over mode en fair trade, een ontmoeting tussen Quote en de Z-krant, een Dragon’s Den voor startende ondernemers, ‘PLUG de Dag, neem je baas mee-avond’, Verhalencafé, bezinning en rust, enz. enz.

Het is elke week weer mooi om te zien dat er 5-10 hardwerkende mensen achter laptops zitten in de Gelagkamer, en tijdens de lunch er opeens een brainstorm groep ontstaat die maar suggesties blijft spuien! Bij de afsluitende borrel gisteravond waren er veel goede wensen, en gelukkig ook wat spijtgevoelens dat PLUG hier al weer weggaat.

De woensdagen zijn straks weer (te) rustig, ik denk dat ik binnenkort mee ga doen met PLUG…

Matthias de Vries

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Occupy

De afgelopen weken ging ik regelmatig langs bij de mensen van Occupy op het Beursplein in Amsterdam. Ik werk als straatpastor bij de Protestantse Diaconie Amsterdam en een aantal van de mensen met wie wij contact hebben, deed mee met Occupy. Bij het Beursplein langslopen was voor mij een makkelijke manier om mensen te vinden. Dat ik rond liep en me aan allerlei mensen als straatpastor voorstelde, werd gewaardeerd: ‘goed dat je ziet waar we hier mee bezig zijn’.
Occupy bracht een aparte club mensen bij elkaar. Idealisten uit allerlei hoek, kwamen samen met mensen die – om wat voor reden dan ook – op straat leven. Onder de daklozen zijn mensen die heel bewust staan voor een betere wereld. Maar op straat zijn er ook  dronken en verwarde mensen die de weg kwijt zijn, mensen die vooral heel veel onrust brengen. De actievoerders leren zo wat ik wel herken: daklozen zijn net als andere mensen; er zijn profiteurs bij, maar ook gewoon heel aardige goede mensen.
Ook ik ontkwam niet aan mijn leermoment. Al snel kreeg ik bewondering voor de mensen van Occupy. Ze doen namelijk iets wat ik ook wil: de wereld veranderen, door er gewoon maar aan te beginnen. Bijvoorbeeld door democratie heel serieus te nemen. Iedereen mag mee praten en mee beslissen, ook als je maar even langs komt lopen. En de keuken, die draait op giften. Ook dat is een manier om controle uit handen te geven en niet alles tot in het uiterste te organiseren. Natuurlijk is het zo dat de macht van het ontspoorde kapitalisme veel groter is dan de invloed van een paar mensen op een pleintje. Hoe deze wereld precies anders zal worden is onbekend, maar nu beginnen dat kan wel.
Na acht weken is het grootste deel van het Beursplein ontruimd. Op de dag van de ontruiming loop ik wat rond op het plein. Om te kijken hoe de politie optreedt tegen de mensen waar wij vanuit het Straatpastoraat contact mee hebben, maar ook om mijn steun te betuigen. Een paar mensen die ik spreek herkennen mij; ‘ja, jij bent die pastor’.  Dat is dus wat je bereikt na een paar weken presen-tiewerk, mensen weten je te plaatsen. Occupy moet het niet zo hebben van de gevestigde kerk. Men verzet zich juist tegen structuren. Herkend worden als pastor en zo laten zien dat christenen en de kerk wel degelijk iets met Occupy hebben, dat is al winst.


Het Straatpastoraat waar ik werk heeft wel wat weg van Occupy. De obstakels waar de leden van het Straatpastoraat tegen aanlopen: de schulden, de achterdocht, de beperkingen – het is allemaal onoverzienbaar veel. En dus beginnen we maar om op een andere manier met elkaar om te gaan: we komen bij elkaar, we vormen een schrijfclub, een koor. We laten zien dat het ook anders kan, vooral ook aan onszelf.
Het woord to occupy betekent ook meer dan bezetten, het is ook bezig zijn met. Occupy en kerkenwerk, het is bezig zijn met wat er werkelijk toe doet.

Luc Tanja
Straatpastor
Protestantse Diaconie Amsterdam

(uit: Woord & Dienst januari 2012)

Geplaatst in Projecten | Een reactie plaatsen

Ongewenste Wijzen

Drie vreemdelingen, hoog opgeleid, in exotische kledij en met een opzienbarende missie komen bij de machthebber van een klein, bekneld landje. Zij willen hun opwachting maken bij de nieuwe koning. Dit valt niet goed bij deze machthebber, koning Herodes. De drie reizen snel verder, hun kennis van de sterrenkunde wijst hen de weg naar Betlehem. Daar geven zij vol blijdschap hun kostbare geschenken aan een baby van een deplorabel stel in  een armzalige stal. Door de eeuwen heen heeft dit verhaal over de Wijzen uit het Oosten  prachtige kunstwerken opgeleverd. Het is een verhaal dat je niet snel vergeet. Want wie zijn die vreemdelingen uit het Oosten? Wat zijn de motieven voor hun komst? Met welke verontrustende boodschappen komen zij voor een naar binnen gekeerde samenleving? Het is een verhaal dat kenmerkend is voor de Bijbel, het boek van migratie in zoveel verschillende vormen. Denk aan het verblijf van de Israëlieten in Egypte dat veel langer  duurde dan gedacht. Of de gezinsmigratie van Ruth en Naomi. Of de vlucht voor genocide van Jozef en Maria met de jonge Jezus. En lees zo maar door.

Migratie is realiteit

Migratie  is ook de realiteit van onze tijd. Zo’n 3 procent van de mensheid leeft in een ander land dan  hun geboorteland. De meesten trekken niet verder dan hun buurland. Anderen vestigen  zich in de diaspora van hun landgenoten op een ander continent. Wie zijn land verlaat heeft  er sterke motieven voor en ook vandaag de dag komen vreemdelingen iets brengen. Zij  brengen hun werkkracht, hun jeugd, hun onverstoorbare wilskracht om iets te bereiken. Veel van de vreemdelingen die het wereldhuis in Amsterdam aandoen zijn zoals de Wijzen  op doorreis. We vieren dan ook met enige regelmaat afscheidsfeesten, bijvoorbeeld van een  uiswaarts kerende schoonmaakster. Hun jaren van hard werken in onze huishoudens  waren succesvol, zij hebben thuis een toekomst kunnen opbouwen. Andere wereldhuizers  kunnen Nederland niet verlaten; ze zijn staatloos maar worden toch keer op keer in  vreemdelingendetentie gezet in afwachting van een onuitvoerbare uitzetting. Of het  gastarbeiderskind – als kleuter hier gekomen, inmiddels in de veertig en gedumpt in een gedwongen huwelijk, het geweld ontsnapt maar nog steeds niet wettig en veilig in  Nederland.

Geschenken

Allen komen in het wereldhuis iets brengen: hun bekwaamheden als computerdocent, chefkok, gitaardocent. Hun veerkracht, die aanstekelijk is voor de  Nederlandse vrijwilligers. Hun levenservaring die onze kijk op Nederland, op ons  migratiebeleid kan veranderen. Want wat is er in hemelsnaam zo bedreigend aan deze  mensen die hier komen om te werken? Waarom kijken wij niet naar de bijdrage die zij willen leveren? Waarom maken wij ze murw in lange verblijfprocedures of kwetsbaar en in  de onzichtbaarheid van een bestaan zonder papieren? Waarom laten  we de  strafbaarstelling van illegaliteit over hen èn over ons heenkomen? Waar komt de Europese angst voor vreemdelingen vandaan en hoe lang kunnen we ons die nog wel veroorloven in onze vergrijzende samenleving? In het wereldhuis aan de Nieuwe Herengracht krijgen  deze vragen gezicht. Wekelijks komen er zo’n vierhonderd mensen op bezoek. Het  verstorende bezoek van de Wijzen uit het Oosten krijgt hiermee een vervolg, met niet minder mooie taferelen.

Evelyn Schwarz is projectleider van het wereldhuis Amsterdam, een centrum voor scholing, informatie en cultuur voor migranten zonder verblijfsvergunning.

www.wereldhuis.org

Geplaatst in Projecten | Een reactie plaatsen

Diaconaat, waarom ook alweer?

Een absurde droom

“Kijk om je heen ! Dit is ons centrum. Hier zijn wij thuis:  mensen die opgesloten zaten, uitgeprocedeerden, daklozen en illegalen.  Hier ben je welkom.”  Aan het woord is Wiecher, een dakloze Amsterdammer. We praten na over een bijzondere ontmoeting die zojuist heeft plaatsgevonden, die tussen gevangenisdirecteuren en daklozen. Twee groepen die elkaar niet snel ontmoeten, in ieder geval niet op deze manier.  Samen hebben ze in workshops nagedacht over thema’s als angst, beslissingen nemen en je daaraan houden, verslaving,  uitbreken en acceptatie door je omgeving. Zaken die voor beide groepen belangrijk zijn, maar waarbij het wel uitmaakt tot wélke groep je behoort. De ene groep kan zich opgesloten voelen in het systeem,  de andere staat daar juist buiten en doet niet mee.  Kan de een iets van de ander leren?  Op deze dag was dat het geval; en in ieder geval was er de ontdekking dat je samen kunt nadenken over wezenlijke dingen. “Het voelde als een droom”,  vindt Paolo, die al jarenlang dakloos is.  “Een absurde droom, maar toch vond ik het jammer om wakker te worden”.  En Matthew – afkomstig uit Polen – vult aan: “het was een ‘lift-up’, ons probleem is namelijk dat we allemaal  in onze getto’s zitten van vaste groepen en daar nooit uitkomen.”

We praten hier over diaconaat…diaconaat anno 2011.

Nieuwe jasjes

“Als er iets oubollig klinkt, is het wel het woord diaconie”.   Daarmee reageerde iemand tijdens een discussie over de toekomst van de kerk en over ‘diaconale presentie’. “Het woord kan maar beter worden geschrapt”, was haar gevoel, mede vanwege alle gevoelens van paternalisme, regentendom en neerbuigende goeddoenerij die eraan kleven.  En laten we ook maar het hele instituut opheffen, zouden sommigen er aan toe willen voegen.

Nu is de afschaffing van de diaconie wel vaker aan de orde geweest in de recente geschiedenis. Als moderne samenleving waren we er in de jaren zestig van de vorige eeuw toch bijna overheen gegroeid? Op weg naar een nette welzijnsmaatschappij, waar de zaken voor de armen goed geregeld zouden zijn. Tot lang in de 20ste eeuw had diaconaat het karakter van armenzorg.   Langzaam maar zeker, en vaak met tegenwerking van de kerken zelf,  werd die kerkelijke armenzorg vervangen door een stelsel van sociale zekerheid, waarvan de Algemene Bijstandswet in 1963 het sluitstuk was.  De aandacht van de diaconieën verschoof daarna  naar gezinszorg en maatschappelijk werk. Ook hadden de diaconieën een belangrijk aandeel in de groei van het aantal bejaardenhuizen. Diakenen hadden daarin meestal een rol als bestuurder en het eigenlijke werk gebeurde door beroepskrachten. Na 1970 werd de vrijwillige inzet van diakenen weer belangrijker. Diaconaat wordt dan geformuleerd als ‘helpen waar geen helper is’ en ‘helpen onder protest’. Nog steeds zijn dat  motto’s  die richting geven en duidelijk maken dat het gaat om het signaleren van problemen waarvoor op dit moment geen goede oplossing is. Dankzij het werelddiaconaat is ook wederkerigheid een belangrijke waarde geworden, waardoor diakenen kritisch naar hun eigen werk kunnen  kijken.  Diaconaat:  iedere  keer duikt het weer op en telkens in een nieuw jasje.  Laten we voorlopig dat woord nog even bewaren.

De nood op het spoor komen

Juist  vanwege de steeds veranderende functie van het diaconaat is het lastig om een goede definitie van diaconaat te geven.   Herman Noordegraaf geeft in zijn  ‘Handboek Diaconiewetenschap’ een algemene en herkenbare  omschrijving van diaconaat als ‘het handelen vanuit kerken en andere door het evangelie geïnspireerde groepen en bewegingen dat gericht is op het voorkomen, opheffen, verminderen dan wel mee uithouden van met name sociaal-maatschappelijke nood van individuen en van groepen mensen en op het scheppen van rechtvaardige verhoudingen.” Een hele mond vol. Maar wat betekent het in de praktijk? Hoe kom je de nood op het spoor? Een veel gestelde vraag in kerken.

Diaconaat, is onze ervaring, begint bij contact. En contact begint met het zien van mensen die te kampen hebben met ‘sociaal-maatschappelijke nood’. Die nood is niet een statisch gegeven, maar verandert voortdurend. Zo zien we bijvoorbeeld dat de overheid een effectief beleid voert ten aanzien van dakloosheid. We treffen nog steeds wel daklozen, die buiten slapen, maar velen die inloophuizen bezoeken, kampen met psychiatrische klachten, verslavingsproblemen en vooral met eenzaamheid.  Weliswaar onder dak, maar toch thuisloos en misschien juist daardoor niet zo zichtbaar. Voor velen van hen wordt de aansluiting bij de ‘hoofdstroom’ van de samenleving een steeds groter probleem. Voor anderen -  mensen zonder papieren bijvoorbeeld -  is die aansluiting al helemaal niet aan de orde. Ze bevinden zich in niemandsland; vaak niet in staat terug te keren naar het land van herkomst, zijn ze voortdurend bezig met overleven. We zien al deze mensen die klappen hebben opgelopen. We zien onmacht en schaamte.  We zien dat mensen zich aan hun lot voelen overgelaten, overlast veroorzaken, zich overbodig voelen en in het isolement leven.

Toch is dit slechts een kant van het verhaal. Te midden van dit alles zien we ook vitaliteit en onderlinge steun. Krachten die te weinig worden aangeboord. Denk nog maar even aan de ontmoeting van de daklozen met de gevangenisdirecteuren. Trouwens, die ongebruikte reserves vind je niet alleen bij mensen aan de rand van de samenleving. Er zijn veel burgers die iets willen doen. Uitgestoken handen, inzet en de wil om iets te betekenen voor de buurt, voor anderen. Er is, kortom, een groot humanitair tegoed, maar er zijn te weinig verbindingen en contact.

Daarom worden ontmoeten en verbinden steeds belangrijker onderdelen in het diaconale werk, De diaken is de ‘go between’, de makelaar en verwijzer.  Diakenen moedigen mensen aan om hun netwerken te versterken en om zich buiten de eigen veilige groep te begeven. Ze bouwen bruggen tussen het (nog steeds) grote, maar ook ingewikkelde aanbod van zorg en hulpverlening en de mensen die daarvan afhankelijk zijn. Ze zoeken naar verbindingen tussen mensen die hulp vragen en die hulp willen bieden. Diakenen ‘investeren’ eigenlijk in vertrouwen – tegen een onbehaaglijke maatschappelijke stemming in, die zich vertaalt in spanningen tussen allochtoon en autochtoon, moslims en niet moslims, eigen en vreemd volk.   Dat is waarom we nu diaken willen zijn.

 

Inzet vanuit de kerk

Het diaconaat als functie van de kerk is allerminst vanzelfsprekend meer. Veel energie gaat tegenwoordig op aan de eigen organisatie en het gemeenteleven en het spreekt in zo’n situatie lang niet vanzelf om diaconaal actief te zijn. Zonder kerk is er immers geen diaconie. Alle hens worden op het kerkelijk dek gevraagd. Toch ‘gebeurt’ diaconie, op onverwachte plaatsen, juist waar we de zorgen over het kerkelijk voortbestaan achter ons kunnen laten. Kerkleden zoeken contact met moskeeën in de buurt en organiseren samen een voedselbank. De busreis en de buurtmaaltijd van de kerk worden georganiseerd door ouderen zelf. Er is iemand die ‘maatje’ wil zijn om mee te gaan naar de maatschappelijke dienstverlening of iemand die helpt met het invullen van de formulieren voor de schuldhulpverlening. Zo ontstaan als vanzelf nieuwe vormen van onderlinge hulp.  De nieuwe diaconale activiteiten die we her en der zien opbloeien zijn vaak minder institutioneel en zijn vooral verbonden met de persoonlijke inzet van gewoon iemand of een groep mensen in een wijk. En juist die initiatieven voorzien in een behoefte van de samenleving.  We merken dat overheden, organisaties en individuen op zoek zijn naar visie en inspiratie en naar mensen die willen aanpakken. Er liggen kansen te over op het gebied van ‘welzijn nieuwe stijl’ of de WMO, die wachten op een concrete invulling.

De diaconie kan daarin een betrokken en gewaardeerde partner zijn. Niet meer vanwege het instituut, maar omdat diaconaat uitnodigt tot een belangeloze inzet voor anderen. Het uitgangspunt is dan niet een diaconaal aanbod vanuit de kerkelijke kaders; niet meer denken van binnen naar buiten. Sterker er is geen  ‘binnen’ en ‘buiten’  meer.  Zoals daklozen aan directeuren iets meegeven; zoals ouderen naar elkaar omzien, zoals de vrijwilligers ook clienten kunnen zijn bij het inloophuis. ‘Binnen en buiten’, helper en geholpene verruilen van positie. Het diaconale ‘oerverhaal’  van de barmhartige Samaritaan laat zien hoe dat komt. Je weet pas wie je naaste is, als je je zelf in zijn plaats hebt gezien. Diaconaat begint langs de kant van de weg, waar we het gezicht zien van de persoon die de klappen heeft gekregen, want, ‘toen hij hem zag, werd hij met ontferming bewogen’ (Luc. 10;33).

 

Daarom ! 

Waarom ook weer? Diaconaat vindt iedere keer opnieuw plaats. Mensen worden geraakt en komen in actie. Misschien is ‘waarom’ wel de verkeerde vraag! Je besluit gewoon iets te doen, omdat je iets doen wilt, zonder dubbele bodem, zonder er  zelf beter van te worden of om de boodschap of omdat je bij de kerk hoort of wat dan ook. Voorbij aan het ‘waarom’ gebeurt het diaconaat uiteindelijk als iets onherleidbaars, ‘om niet’ dus. Of, met de woorden van Paul Ricoeur, vanwege de  ‘geschonkenheid’ – van ons leven, de schepping, liefde of wijsheid – die aan ons schenken vooraf gaat. Geven, omdat ons gegeven is, helpen omdat we zelf geholpen worden.

Paul van Oosten & Arend Driessen

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

Amsterdammers rijden NIET om…

Maandagochtend vroeg, nabij Amstelstation onder de Rembrandttoren. Het fietspad is altijd druk, ook al om 8.00u ‘s ochtends. In mijn maandagochtendlijke automaatstand sjees ik de rotonde af om goed op snelheid het fietspad op te rijden.

Het bewuste fietspad

Plotseling ontwaar ik echter grote betonblokken die dwars over het pad gelegd zijn. In de verte zie ik roodwit geblokte linten gespannen, langs het fietspad staan graafmachines en lopen werklui heen en weer. Het fietspad zelf is echter nog ongedeerd en goed berijdbaar. Wat nu? Omrijden, om de grote kantoortoren heen? Geen denken aan natuurlijk.

Ik stap af en zie opeens prachtige dingen om me

heen gebeuren. Tientallen fietsers komen aangereden en ontwaren net als ik op het laatste moment de blokkade. Als door eenzelfde ingeving gedreven stappen mensen af, tillen hun fietsen over de blokken heen en vervolgen hun weg. Een huismoeder met zitjes op haar fiets worden door onbekende medefietsers geholpen over het obstakel heen te komen. Een jonge tiener en een man met baard zijn als gekken bezig om losse stenen aan de zijkanten van het pad weg te gooien, zodat er een kleine doorgang ontstaat, net genoeg om doorheen te fietsen. Dat moet ze toch zeker 5 minuten gekost hebben. Nu de versperring deels gebroken is, neemt de stroom fietsers weer langzaam toe.

De werklui staan verbijsterd toe te kijken hoe iedereen doodgemoedereerd het fietspad weer in gebruik neemt. Een blik op de machines leert dat het aannemersbedrijf van buiten Amsterdam komt. Tja.

Aan het einde van het pad is een lint gespannen, een laatste hindernis. Ik voel een soort onberedeneerbare drang opkomen om het lint te scheuren, van de paal te rukken of er dwars doorheen te fietsen, alleen omdat het mij belemmert. Het laagje beschaving krijgt toch de overhand en ik duik eronder door.

Wat een mooi voorbeeld van koppigheid was dit eigenlijk . “Ik fiets hier altijd en ook al kost het me veel meer moeite en tijd om al die obstakels te overwinnen dan om te rijden, ik doe het toch”, zoiets.

Ik dacht ineens aan het migratievraagstuk. In Amsterdam wonen zo’n 15.000 mensen zonder papieren, voor een groot deel afkomstig uit West-Afrika. Mensen die koste wat kost naar Europa trekken op zoek naar werk en betere kansen. Dwars door woestijnen, over zeeën en bergen, langs grensversperringen en douanes, over hele hoge muren. Soms sterven ze onderweg. En dat allemaal om hier te komen, voor een schoonmaakbaantje of iets anders. Dat is geen grappig voorval op maandagochtend, maar de harde realiteit al jaren lang. Echt niet uit simpele koppigheid, maar uit levensbelang.

In Europa en Nederland hebben wij het over maatregelen om de instroom zoveel mogelijk te beperken. Tegenhouden en terugsturen waar het maar kan. Nog hogere muren, letterlijk en figuurlijk. De oorzaken van de migratie, de enorme kloof tussen noorden en zuiden, welvaart en armoede, ach…, die zal wel altijd blijven. Het besef dat dus de stromen werkzoekers ook zullen blijven komen lijkt wat minder duidelijk aanwezig.

Op 24 juni houdt het Wereldhuis een symposium over ‘illegale hulp?’, over de mogelijke strafbaarstelling van illegaliteit. Weer een stapje verder in de angst voor vreemdelingen. Weer een maatregel die krachtig lijkt maar geen zinvolle oplossingen biedt.

De Diaconie gaat ondertussen maar gewoon door met ruimte en tijd te bieden aan mensen die om wat voor reden ook in Amsterdam gestrand zijn. In ieder geval een plek waar je als mens gezien wordt, niet meer en niet minder.

Eigenlijk zouden we onze Amsterdamse koppigheid op de fiets ook moeten houden als we het over onze stadsgenoten zonder papieren hebben. Dwars tegen alle opgelegde angst en uitsluiting in: Nee, wij zien ze wel, en we lopen niet aan ze voorbij.

Matthias de Vries

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen