De afgelopen weken ging ik regelmatig langs bij de mensen van Occupy op het Beursplein in Amsterdam. Ik werk als straatpastor bij de Protestantse Diaconie Amsterdam en een aantal van de mensen met wie wij contact hebben, deed mee met Occupy. Bij het Beursplein langslopen was voor mij een makkelijke manier om mensen te vinden. Dat ik rond liep en me aan allerlei mensen als straatpastor voorstelde, werd gewaardeerd: ‘goed dat je ziet waar we hier mee bezig zijn’.
Occupy bracht een aparte club mensen bij elkaar. Idealisten uit allerlei hoek, kwamen samen met mensen die – om wat voor reden dan ook – op straat leven. Onder de daklozen zijn mensen die heel bewust staan voor een betere wereld. Maar op straat zijn er ook dronken en verwarde mensen die de weg kwijt zijn, mensen die vooral heel veel onrust brengen. De actievoerders leren zo wat ik wel herken: daklozen zijn net als andere mensen; er zijn profiteurs bij, maar ook gewoon heel aardige goede mensen.
Ook ik ontkwam niet aan mijn leermoment. Al snel kreeg ik bewondering voor de mensen van Occupy. Ze doen namelijk iets wat ik ook wil: de wereld veranderen, door er gewoon maar aan te beginnen. Bijvoorbeeld door democratie heel serieus te nemen. Iedereen mag mee praten en mee beslissen, ook als je maar even langs komt lopen. En de keuken, die draait op giften. Ook dat is een manier om controle uit handen te geven en niet alles tot in het uiterste te organiseren. Natuurlijk is het zo dat de macht van het ontspoorde kapitalisme veel groter is dan de invloed van een paar mensen op een pleintje. Hoe deze wereld precies anders zal worden is onbekend, maar nu beginnen dat kan wel.
Na acht weken is het grootste deel van het Beursplein ontruimd. Op de dag van de ontruiming loop ik wat rond op het plein. Om te kijken hoe de politie optreedt tegen de mensen waar wij vanuit het Straatpastoraat contact mee hebben, maar ook om mijn steun te betuigen. Een paar mensen die ik spreek herkennen mij; ‘ja, jij bent die pastor’. Dat is dus wat je bereikt na een paar weken presen-tiewerk, mensen weten je te plaatsen. Occupy moet het niet zo hebben van de gevestigde kerk. Men verzet zich juist tegen structuren. Herkend worden als pastor en zo laten zien dat christenen en de kerk wel degelijk iets met Occupy hebben, dat is al winst.

Het Straatpastoraat waar ik werk heeft wel wat weg van Occupy. De obstakels waar de leden van het Straatpastoraat tegen aanlopen: de schulden, de achterdocht, de beperkingen – het is allemaal onoverzienbaar veel. En dus beginnen we maar om op een andere manier met elkaar om te gaan: we komen bij elkaar, we vormen een schrijfclub, een koor. We laten zien dat het ook anders kan, vooral ook aan onszelf.
Het woord to occupy betekent ook meer dan bezetten, het is ook bezig zijn met. Occupy en kerkenwerk, het is bezig zijn met wat er werkelijk toe doet.
Luc Tanja
Straatpastor
Protestantse Diaconie Amsterdam
(uit: Woord & Dienst januari 2012)